Na regen komt soms zonneschijn

Ik volg het regionale voetbalnieuws meestal in de sportbijlage van de Leeuwarder Courant. Op een gegeven moment las ik dat Zeerobben 1 maar liefst tien punten achter stond op de koploper. Er werd ook nog eens dramatisch verloren van de club met de moeilijke naam Togeno. (Op mijn afdeling in het ziekenhuis liep een Togeno-speler stage. Hij vertelde dat Togeno een afkorting is van: Tot Ons Genoegen En Nut Opgericht.)

Na de nederlaag tegen Togeno gaf ik weinig meer voor de kansen van Zeerobben. Maar zie: na de winterstop weet de jonge trainer zijn team om te toveren tot een solide en mentaal sterke groep. Er volgen glansrijke zeges én het kampioenschap. Met zo’n trainer kun je ook zeggen: “na regen komt zonneschijn.”

“Na regen komt zonneschijn.” Ik heb dit als voetballer één keer intens meegemaakt en ook nog heel letterlijk. In een seizoen halverwege de jaren zestig regende het onophoudelijk. In maart hadden we met Zeerobben 1B nog maar een paar wedstrijden gespeeld. Bijna elke zaterdag werden de wedstrijden van de junioren afgelast. Voor mijn gevoel kwamen we nooit meer aan voetballen toe. Het was het zelfde wanhopige gevoel dat je kunt hebben bij iemand die je graag mag en door wie je elke keer wordt afgewezen. Ik wilde niet langer teleurgesteld worden. Er restte mij maar één middel, ik moest mijn lievelingsclub vaarwel zeggen. Op een velletje papier schreef ik de niet bijzonder intelligente tekst:

Aan K. Tolsma, secretaris van v.v. Zeerobben.

Ik kan er niet meer tegen dat het elk week regent en dat alle wedstrijden afgelast worden. Daarom stop ik met voetballen. Afzender: B. Vellinga, Zeerobben 1B.

Ik wachtte even tot het buiten donker was. Toen liep ik naar de Gerbrandystraat en deed de afscheidsbrief in de brievenbus van de familie Tolsma. Maar de volgende dag hield het op met regenen en begon de zon te schijnen. Ik voelde spijt en wilde mijn beslissing ongedaan maken. Opnieuw ging ik naar de Gerbrandystraat en belde aan op nummer 7. Tolsma deed zelf open. Hij was niet eens boos om mijn impulsieve actie. Het briefje had hij wel gevonden maar hij had er niets mee gedaan. Misschien besefte Klaas Tolsma ook wel dat ik teveel Zeerob was om het groen-witte nest zomaar te verlaten. En als secretaris was hij opgelucht dat er eindelijk weer gevoetbald kon worden. Vol vaderlijk begrip heeft hij mij toegesproken en hij heeft het er nooit meer over gehad.

In 1980 – ik was al enige tijd vertrokken bij de club – was er opnieuw veel wateroverlast. Met vriendin M. was ik aan het wandelen in Limburg. Deze keer kwam er na regen géén zonneschijn. Onderweg kochten we daarom regenkleding in een doe-het-zelf winkel. De blauwe regenbroek van mij begon echter al gauw bij de bilnaad te lekken. Om de lekkage tegen te gaan bond ik het plastic tasje van de winkel als een luier om het kruis. De tweede dag, het was op een zondag, wandelden we het natte Valkenburg binnen en het viel ons op dat sommige mensen zo stiekem lachten. Zelfs een priester in zijn zwarte jurk begon te grinniken. Het leek wel of ze te veel altaarwijn hadden gedronken. Mijn vriendin kon er niet tegen en vroeg aan de priester wat er zo leuk was. De geestelijke wees naar mij en zei: ‘Jongedame, als dat uw manneke is heeft u zeker geen kinderen want op zijn broek staat dat hij het zelf doet.’ Ineens begreep ik het! Hoe kon ik zo onnozel zijn om de woorden DOE HET ZELF precies voor mijn kruis te hangen? Ik heb de luier meteen uitgetrokken. De bilnaad van de blauwe regenbroek was inmiddels behoorlijk uitgescheurd zodat ik verder wandelde met een hevig lekkende scheur.

Terwijl ik dit schrijf denk ik even aan restaurant Het Wad op de Waddenpromenade. Vorig jaar hoorde ik daar een Harlinger vrouw tegen een andere vrouw zeggen: ‘Och kien, jou wete niet hoe ut foelt om de hele dag un natte skeur te hewwen.’ Nou, ik heb het in Limburg bijna een hele week gevoeld met al die regen.

Tijdens de wandeling kwam er na regen geen zonneschijn.
Deel dit:
Share

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*