Bouke’s Babbel: Verkeerde indrukken

De Bedford-bus op de Schritsen.

Een nieuwe maand is weer begonnen, dus weer tijd voor een Babbel van Bouke! Deze keer een babbel die begint in een bus en die eindigt op de Robbenplaat, waarbij het voorstellingsvermogen er vier keer naast zit.

  1. Voordat ik ging voetballen was ik gek op autobussen. Mijn eerste bustochtje was met de LABO-bus naar Leeuwarden. Al gauw daarna ging ik als jonge supporter met de Zeerobben-bus naar uitwedstrijden. De chauffeur was Bauke van der Pol senior. In de buurt van Heeg zag ik een keer een jongen van een dolle koe vallen. Heel lang bleef het beeld van de op hol geslagen koe mij achtervolgen. Maar het bleek een verkeerde indruk want jaren later ontdekte ik dat er zwartwit gevlekte paarden bestonden en dat de koe waarschijnlijk een paard is geweest.

 

  1. In 1962 begon Van der Pol op zaterdag een stadsdienst naar de Oosterparkwijk (er waren nog veel mensen die niet konden fietsen en bijna niemand had een auto). Wie mee wilde rijden in de blauwe Bedford-bus moest tien cent betalen. Ik was nog steeds te jong om lid te worden van Zeerobben en reed soms een hele zaterdagmiddag heen en weer van de Schritsen naar de Koegelbult. Er was een dame die herhaaldelijk met een briefje van tien of vijfentwintig gulden wilde betalen. Van der Pol liet haar maar gratis instappen want hij wilde zijn kleingeld niet missen. Ik vond het een gemeen trucje van die vrouw en kon haar niet uitstaan.
    In 1963 werd ik 12 jaar en kon ik mij eindelijk aanmelden als jeugdlid bij Zeerobben. De club hield een keer een closetpapieractie waarbij de leden langs de deuren gingen met w.c. papier. Een pak van vier rollen kostte een gulden. In de volksbuurten werd het meest verkocht. Daar kreeg je ook smeuïg commentaar. Zo kocht een man achter de Schouwburg drie pakken. Hij verkondigde in plat Harlings dat zijn vrouw een groot achterwerk had en per dag minstens twee rollen nodig had. In de Oosterparkwijk was een vrouw die maar liefst vier pakken kocht terwijl ze niet eens fors geschapen was. Ze gaf me een tientje en zei: ‘Laat het wisselgeld maar zitten hoor.’ Ineens herkende ik haar stem en haar gezicht. Het was de dame die ik in de stadsbus zo onaardig vond. Wat had ik mij op die vrouw verkeken.

 

  1. In de jaren zeventig woonde ik een paar jaar met een liefje in Sexbierum. We namen regelmatig de bus (lijn 71) naar Leeuwarden. De halte was voor ons huis en de busmaatschappij heette niet meer LABO maar FRAM. Op een dag stapte bij Mooie Paal een oud baasje in. Hij was op klompen en zag er niet zo schoon uit. Ook had hij iets met zijn keel want hij rochelde als een barg. De buschauffeur had zijn bedenkingen en vroeg: ‘Wêr moatte jo hinne?’ Het baasje mompelde iets van: ‘Myn brommer is stikken en ik moat nei de feemerk yn Ljouwert.’ Hij mocht mee naar de veemarkt, maar moest van de chauffeur wel op een oude krant zitten. In de FRAM-bussen had je vier stoelen tegenover elkaar, net zoals in een trein. Het baasje ging tegenover ons zitten, op de krant, en knoopte zijn jas los. De bovenkant van zijn broek reikte bijna tot zijn oksels en zijn gulp had wel tien knopen. Ik had nog nooit iemand met zo’n hoge broek en zo’n lange gulp gezien. Eigenlijk vond ik het maar een vreemd mannetje. Bij de eerste halte van Leeuwarden moest hij er uit. Terwijl hij naar de uitgang liep, gleed de krant van zijn achterste en bleef in het gangpad liggen. Het zitvlak was vies van de modder. Een week later gingen wij opnieuw met de bus. Bij Berlikum minderde de bus vaart en een bromfiets kon ons een tijdje bijhouden. Ik zei tegen mijn liefje: ‘Kijk nou eens, daar gaat Lange Gulp op de brommer.’ Ze drukte haar gezicht tegen het raam en wuifde naar hem. Hij zwaaide vriendelijk terug. Ik ontmoette hem nog een keer op de PC-kaatspartij in Franeker en sprak toen even met hem. Hij rochelde nauwelijks en zag er een stuk frisser uit. Hij hoopte dat Klaas van Wieren uit Berlikum zou winnen. Mijn favoriet was Tamme Velstra van Baard. De winnaar werd uiteindelijk Sake Saakstra van Sweins. Ook met Lange Gulp is mijn eerste indruk helaas verkeerd geweest.

 

  1. Zaterdag 4 november 2017 reed ik op de westelijke rondweg van Groningen. Ter hoogte van de woonboulevard werd ik ingehaald door een grijs autootje. Op de zijkant stond met zwarte letters: A-selectie Drachtster Boys. Binnenin zaten vier of vijf jonge mannen bovenop elkaar gepropt, als sardientjes in een blik. Het wagentje nam de afslag naar Drachten. Op mijn dashboardklokje was het 12 uur. Ik realiseerde mij dat het Groninger studenten uit Drachten moesten zijn. In hun kleine clubauto waren ze onderweg naar de wedstrijd tegen mijn oude club Zeerobben. Hoogmoedig dacht ik: de Zeerobben hebben al wekenlang hun prooien verslonden, als die Groninger sardientjes halfdood uit hun blikje rollen hebben de Robben opnieuw een gemakkelijke vangst. Maar ook deze inbeelding bleek onjuist want de sardientjes waren nog zo levendig als piranha’s en de Zeerobben keerden zonder buit terug naar de Robbenplaat.

 

 

 

Deel dit:
Share

Meer nieuws

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*