Bouke’s Babbel: Zwarte Schapen

Ik heb iets met verschillende soorten schapen. Zaterdag 27 januari was ik bij een atletiekwedstrijd in Apeldoorn. Op de tribune trof ik de sympathieke Machteld uit Groningen. Vanwege haar blonde haar en blanke huid kreeg de atlete de bijnaam “Het Schaapje”.

Begin jaren zeventig voetbalde ik in het personeelsteam van Provinciaal Ziekenhuis Santpoort. We speelden op zomeravonden tegen andere psychiatrische klinieken uit de buurt van Haarlem. Kort na mij kwam kantoormedewerker Hans in het team. Hij was lid van voetbalclub “De Zwarte Schapen” in Amsterdam. Ik kon het meteen goed met hem vinden.

In 1976 verhuisde ik naar Sexbierum. Ik ging in Zeerobben 4 voetballen en gaf weer training aan de pupillen. Hans kwam mij in juni van dat jaar opzoeken. De eerste avond gingen we op stap in Harlingen. Hans vond het taaltje van de Harlingers een beetje grof, maar de vrouwen zagen er volgens hem frisser uit dan in de Randstad. In discotheek De Weinstube zag hij een heel mooi meisje. Ze vond zichzelf ook mooi en was daarom erg verwaand, maar dat wist Hans niet. Op een gegeven moment stond ze pal voor onze neus en Hans zei hoopvol: ‘Dag blonde engel, wil je met me dansen?‘ Het verwaande nest observeerde Hans van boven tot onder, zag dat hij O-benen had en zei heel minderwaardig: ‘Hoepel op juh, met je kromme poten.’ Vervolgens liep ze heupwiegend weg. Zoveel vrouwelijke lompheid had Hans niet eerder meegemaakt.

De volgende ochtend vertrokken we naar Terschelling waar we een paar dagen gingen kamperen. Op de veerboot viel mij op dat Hans zo stil was. Ik zei plagerig: ‘Wat ben je stilletjes Hans, ben je een beetje zeeziek?’ Hij mompelde iets onverstaanbaars en keek wazig voor zich uit. Ik dacht dat hij nog slaperig was en haalde koffie. Toen ik terugkwam zei Hans: ‘Snap jij dat nou, dat meisje in de discotheek zag er helemaal niet dom uit…’ Het werd me duidelijk dat het verwaande nest uit Harlingen hem dwars zat. Ik had mezelf eens verkeken op een Harlinger meisje en met die ervaring probeerde ik Hans te overtuigen van het betrekkelijke van uiterlijke schoonheid. Ik zei iets van: ‘Hans, op mijn twintigste had ik een beeldschoon meisje, ik was in de zevende hemel, totdat ik erachter kwam dat ze een beroerd karakter had. Jouw blonde engel van gisteravond was ook heel mooi maar haar uiterlijk zegt niets over haar innerlijk.’ Nu was die vriendin van mij helemaal niet beeldschoon, maar het leugentje had wel een goede uitwerking op Hans. Hij gaf toe dat een mooie vrouw van binnen wel verrot kan zijn.

We konden geen boodschappen doen op Terschelling want het was zondag en de winkels waren gesloten. Nadat we de tent hadden opgezet, gingen we een hapje eten in cafetaria “Appie Happie”. Avonds namen we een luxer hapje in “Het Wapen van Terschelling”. Daarna zagen we in de tv-ruimte van dat hotel de EK-finale tussen Tsjechoslowakije en West-Duitsland. De meeste Nederlandse kijkers hadden de WK-finale van 1974 nog niet verwerkt en tot hun opluchting versloeg Tsjechoslowakije wereldkampioen Duitsland. Vooral dankzij de geweldige keeper Viktor en de strafschop van Panenka.

Maandags was het stralend weer en we maakten een lange wandeling. Een wandeltocht leent zich uitstekend om van gedachten te wisselen. Bijvoorbeeld over de stedelijke bekoring van Amsterdam en de stille verrukkingen van Sexbierum. Ik denk dat we ook wel over Zeerobben en De Zwarte Schapen hebben gesproken. Op de Waddendijk kwamen we een kudde echte schapen tegen. Een zwart schaap huppelde vrolijk met ons mee. We gingen even zitten en het beest gaf mij vriendschappelijke kopstootjes. Hans maakte een foto en zei: ‘Hierbij is de verbroedering tussen Zeerobben en De Zwarte Schapen voor eeuwig vastgelegd.’

“De Zwarte Schapen” van Amsterdam zijn in 1978 opgeheven. “Het Schaapje” uit Groningen is nog springlevend. Bovendien is de  verbroedering met de echte schapen gebleven. Tijdens fietstochtjes en wandelingen schiet ik ze soms te hulp als ze in een boerensloot zijn beland. Op een koude winterdag redde ik een schaap dat door het ijs was gezakt en waarvan alleen de schapenkop nog zichtbaar was. De vacht was helemaal doordrenkt zodat het schaap niet te tillen was. Door mijn schouders eronder te zetten kreeg ik het arme beest op het droge. Ik zat onder de bruine bagger en leek zelf op een zwart schaap.

Deel dit:
Share

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*